THITUS.NL

kritische en soms creatieve gedachtes over religie en levenshouding

water

Hoe ziet het Joodse volk het Nieuwe Testament?

Deze pagina is afgeleid van een pagina geschreven door Eliyahu Silver. U kunt ook zijn pagina's rechtstreeks bekijken.

De Oranje teksten zijn geschreven door Eliyahu, de zwarteteksten zijn conclusies, geschreven door de auteur van deze site.


Inleiding.

Al bijna 2000 jaar heeft het Joodse volk het Nieuwe Testament niet erkend, ondanks dat al degenen die hun bijdrage leverden aan het Nieuwe Testament Joden waren. Alle schrijvers van het Nieuwe Testament waren Joods, maar desondanks blijft het Joodse volk dat verwerpen wat 1.000.000.000 mensen aannemen als het woord van G.d. Wat is het wat de Joden zien in het Nieuwe Testament wat blijkbaar niet gezien wordt door al de Christenen?

De Joden bekijken het Nieuwe Testament vanuit het gezichtspunt van het Oude Testament. De Thora, die uit de eerste vijf boeken van de Bijbel bestaat; Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium, leert dat er 1 God is, J-H-W-H, die een jaloers God is, die geen andere goden naast Hem toestaat. Zie Exodus 20:3 (Het hebreeuwse woord kana, vertaald met naijverig, betekent in gewoon nederlands jaloers.)

God's naam, J-H-W-H, komt bijna 7000 keer voor in het Oude Testament. De Nieuwe Vertaling vertaalt dit als "De HERE". Deze God is de enige God voor de Joden, zoals geschreven is in de Hebreeuwse Bijbel;

  • "Weet daarom heden en neem het ter harte, dat de HERE de enige God is in de hemel daar boven en op de aarde hier beneden, er is geen ander." Deuteronomium 4:39
  • "Ziet nu, dat Ik, Ik het ben, daar is geen God, behalve Mij." Deuteronomium 32:39
  • "dat Ik dezelfde ben; voor Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn." Jesaja 43:10
  • "Zo zegt de HERE, de Koning en Verlosser van Israel, de HERE der heerscharen: Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God." Jesaja 44:6
  • "Ik ben de HERE en er is geen ander." Jesaja 45:18
  • "Hoor Israel: de HERE is onze God; de HERE is 1!" Deuteronomium 6:4

Dus voor het Joodse volk is er maar 1 God. Diverse Christelijke stromingen claimen dat Jezus zelf God is. (dus 2 Goden volgens de Joden) Of ze houden zich vast aan een drie-eenheid; De vader, de zoon en de heilige geest, die samen één God vormen. ( drie goden) Deze opvattingen zijn voor de Joden (en ook de moslims) onaanvaardbaar..

En dan staat er een Jood op en claimt dat hij de messias is, de koning en bevrijder die aangekondigd is door de profeten. Maar hij deed niet wat er door de Joden van hem verwacht werd, de Joden bevrijden van hun onderdrukkers, de Romeinen, en een tijdperk inluiden van rust en vrede voor het Joodse volk en de gehele mensheid. In plaats daarvan werd hij gedood, en alles wat er van hem is overgebleven is een verzameling geschriften, genaamd het Nieuwe Testament.

Voor het Joodse volk is het Oude Testament het gevestigde woord van God. Daarom moet alles wat in het Nieuwe Testament geschreven is, in overeenstemming zijn met het Oude Testament, en niet andersom. Het Oude Testament kan zonder enig probleem op zichzelf staan, zonder het Nieuwe Testament. Het Joodse volk heeft dit al laten zien voor meer dan 3000 jaar, maar het Nieuwe Testament kan niet op zichzelf staan zonder het Oude Testament, omdat het claimt de vervulling te zijn van het Oude Testament. Lees voor dit feit de volgende verzen:

  • Matteus 5:17; "Meent niet dat ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden, ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen."
  • Lucas 4:16-21; "En hem werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld … En hij begon tot hen te zeggen: Heden is dit schriftwoord voor uw oren vervuld."

Laten we nu eens een nauwkeurige en objectieve blik werpen op het Nieuwe Testament.


Geslachtsregisters

Laten we starten met het begin, dat is het boek Matteus. Het begint met een geslachtsregister van Jezus, beginnend bij Abraham en eindigend met Jozef, Maria's echtgenoot, "uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt." Matteus 1:16

Er staat verder vermeld, in vers 17, dat al de geslachten van Abraham tot David 14 geslachten waren, en van David tot de Babylonische ballingschap 14 geslachten, en van de ballingschap tot Christus 14 geslachten. Hier stuiten we meteen op een groot probleem; in het Heilige boek Kronieken, 1 Kronieken 3:10-24, is het geslachtsregister van de familie van Salomo gegeven, en in het boek Kronieken zijn er 18 geslachten tussen Koning David en de Babylonische ballingschap, en geen 14.

Hebreeuwse Bijbel Nieuwe Testament
1 Kronieken 3:10-16 Matteus 1:6-11
  David
Salomo Salomo
Rechabeam Rechabeam
Abia Abia
Asa Asa
Josafat Josafat
Joram Joram
Achazja --
Joas --
Amasja --
Azarja Uzzia
Jotam Jotam
Achaz Achaz
Hizkia Hizkia
Manasse Manasse
Amon Amon
Josia Josia
Jojakim --
Jechonja Jechonja
   

In het geslachtsregister in het boek Matteus ontbreken vier namen die duidelijk zijn vermeld in de Hebreeuwse Bijbel. Dus volgens het Heilige Oude Testament waren er 18 generaties tussen Koning David en de Babylonische ballingschap, maar volgens het Nieuwe Testament 14.

Als het Nieuwe Testament het geinspireerde woord van God is, hoe kan zo'n vergissing er dan in voorkomen?

Een antwoord kan zijn dat bij het benoemen van een geslachtsregister bepaalde stappen overgeslagen kunnen worden. Dit zien we bijv. direct aan het begin van Mat. 1:1 "Het boek des geslachts van Jezus Christus, den zoon van David, den zoon van Abraham"

In deze context is het ook interessant om eens te kijken naar het boek Lucas, hoofstuk 3, vers 23. Hier geeft Lucas het geslachtsregister van Jezus, maar een korte blik is genoeg om te laten zien dat dit geslachtsregister totaal verschilt van het geslachtsregister van Matteus. In het boek Matteus is de vader van Jozef Jacob, diens vader is Mattan, diens vader is Eleazar. In het boek van Lucas is de vader van Jozef Eli, diens vader is Mattat, diens vader is Levi.

De algemene verklaring is dat hier het geslachtsregister van Maria wordt gegeven. Lucas heeft in zijn register het idee van de maagd Maria in gedachte en noemt dus haar biologische lijn. Alleen noemt hij niet Maria, omdat zij een vrouw is, maar noemt Jozef in haar plaats als opvoedende vader en dus rechtmatige vader van Jezus, en Jozef als aangetrouwde zoon van Eli. Opvallend is ook dat dit geslachtregister helemaal teruggaat naar Adam, de zoon van God. Door dit register bewijst Lucas dat Jezus zich, ook volgens de Joodse opvattingen, rechtmatig zoon van God noemt. In dit opzicht kan elk mens zich trouwens zoon van God noemen, wij stammen immers allen van Adam af.

Het blijft echter een discutabel onderwerp;

Dus het Nieuwe Testament is niet alleen in tegenspraak met het Oude Testament, het spreekt ook zichzelf tegen. Aangezien we twee verschillende geslachtsregisters hebben, moet er minimaal 1 verkeerd zijn. Deze problemen waren reeds erkend in de tijd van Paulus. Daarom schreef hij aan Titus: "maar dwaze vragen, geslachtsregisters, twist, en strijd over de wet moet gij ontwijken, want dat is nutteloos en doelloos." Titus 3:9 Zie ook 1 Timoteus 1:3-4


Maagd Maria:

In Matteus 1:18 lezen we: "De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus: Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Josef, bleek zij, voordat zij samen geweest waren, zwanger te zijn uit de heilige geest." Toen Jozef haar wilde verlaten, omdat ze zwanger was van iemand anders, kwam er een engel tot hem (vers 20) en zei: "… wat in haar verwekt is, is uit de heilige geest." Het is duidelijk beschreven hier, en ook de vaste overtuiging van Christenen, dat Jozef niet de vader van Jezus was. Wat was dan de reden om te proberen te bewijzen dat Jezus een afstammeling van Koning David was (Matteus 1:1) door het geslachtsregister van Jozef te geven die zijn vader niet was?

De engel vertelt Jozef (Matteus 1:22-23) dat dit gebeurd is om het woord van de profeet te vervullen: "Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuel geven." Deze profetie staat in Jesaja 7:14: "Zie de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuel geven."

We zien hier dat in Jesaja gesproken word over een jonge vrouw, en niet over een maagd. Het is natuurlijk heel wat normaler dat een jonge vrouw zwanger wordt dan dat een maagd zwanger wordt. Maar de profeet Jesaja spreekt duidelijk over een jonge vrouw en niet over een maagd. Daarom geeft het Nieuwe Testament deze profetie vekeerd weer. De Staten Vertaling zegt in Jesaja 7:14 maagd, maar dit is een foutieve vertaling. Het Hebreeuwse woord in Jesaja 7:14 dat de Staten Vertaling vertaalt als maagd is almah. In het Hebreeuws betekent almah meisje, jonge vrouw, dat kan een maagd zijn, maar het hoeft niet. Daarom is het woord maagd in Jesaja 7:14 een verkeerde vertaling. Het Hebreeuwse woord voor maagd is betulah, dat woord is bijvoorbeeld gebruikt wanneer de Heilige Thora spreekt over Rebecca in Genesis 24:16 "… een maagd, met wie geen man gemeenschap had gehad."

Dit feit is erkend door vele Christelijke bijbelvertalers, bijvoorbeeld "The New English Bible", "The Good News Bible", and "The Revised Standard Version" hebben dit vers op de juiste wijze vertaald, en niet als een maagd. De nederlandse Nieuwe Wereld Vertaling vertaald almah met meisje, en de Leidsche Vertaling en de Prof. Obbink vertaling vertalen almah in Jesaja 7:14 met jonge vrouw.

In het Oude Testament is nergens een profetie te vinden dat de messias geboren zal worden uit een maagd. In feite, nergens in het Oude Testament baart een maagd een kind. Dit concept is alleen te vinden in de heidense mythologie.

Het concept van Maria als maagd is kennelijk vroeger ingevoerd om de idee van de erfzonde te ontwijken, met onze huidige kennis van de voortplanting, zaadje en eitje, een mislukte poging. Als zonde al erfelijk zou zijn, wordt deze ook van moeder op zoon overgebracht. Daarnaast is het zo dat dit concept voor de heidenen herkenbaar was, waardoor het Christelijke geloof makkelijker te accepteren zou zijn. Objectief gezien maakt het niet uit of Maria wel of niet maagd was, het erkennen van deze vertaalfout heeft dus geen fundamentele gevolgen voor het Christelijk geloof.


Jezus zonder zonde

De engel gaat verder met het citeren van Jesaja, zeggende: "en men zal hem Immanuel noemen". Maar dat is niet wat er geschreven is in Jesaja 7:14; daar zegt het duidelijk in het Hebreeuws en in de Nieuwe Vertaling, dat zij, de moeder, hem Immanuel zal noemen. Deze profetie is nooit uitgekomen bij Jezus, hij is nooit Immanuel genoemd, in plaats daarvan was zijn naam Jezus.

Deze tekst kan ook niet op Jezus duiden omdat het in vers 16 zegt: "Maar voordat de jongen weet het kwade teverwerpen en het goede te verkiezen, zal het land ontvolkt zijn, voor welks beide koningen gij angstig zijt." Het zegt hier dat er een tijd zal zijn dat de jongen niet in staat zal zijn het kwade te verwerpen. En aangezien Jezus, volgens het Christendom, zonder zonden is, kan deze tekst niet naar hem verwijzen.

En als we kijken naar deze tekst in de juiste context, wanneer we het hele hoofdstuk Jesaja 7 lezen, dan zien we dat deze tekst niet verwijst naar de komst van de messias. Dit hoofdstuk vertelt over God die een teken geeft aan Achaz, dat hij rust zal hebben in zijn dagen. We zien hier twee dingen: het hele hoofdstuk vertelt over de dagen van Achaz, ongeveer 700 jaar voor Jezus; zie vers 14: "Daarom zal de HERE zelf u een teken geven." Het volgende wat we zien is dat de baby waar over gesproken wordt alleen een teken is, geen verlosser. God is de verlosser, zoals geschreven is in vers 17: "De HERE zal over u, …"

Er zijn hier 2 oplossingen mogelijk:

  • In Jesaja 7:14 wordt de geboorte van Jezus niet aangekondigd. (onze Joodse schijver suggereerde dit al in het vorige onderwerp)
  • Het Christelijke beeld van Jezus als zoon van God zonder zonden klopt niet.

Ander citaat

Maar het citeren van of verwijzen naar gebeurtenissen uit het Oude Testament is niet echt de sterke kant van het Nieuwe Testament. Kijk bijvoorbeeld in het boek Handelingen, hoofdstuk 7. Hier wordt Stefanus gearresteerd en voor het hooggerechtshof geleid, beschuldigd van Godslastering. Hij spreekt hier over God die Abraham roept. Handelingen 7:4 vertelt: "Toen vertrok hij uit het land der Chaldeeen en vestigde zich in Haran. En nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem vandaar over naar dit land, waar gij nu woont." Hier staat duidelijk dat Abraham Haran verliet na de dood van zijn vader. Wie was zijn vader? Zie Genesis 11:26: "Toen Terach zeventig jaar geleefd had, verwekte hij Abram, Nachor en Haran." Dus Abrahams vader was Terach, die 70 jaar oud was toen hij Abraham verwekte. Genesis 12:4: "En Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok." Op dat moment, toen Abraham uit Haran vertrok, was zijn vader 70+75=145 jaar oud. En hoe lang leefde zijn vader? Genesis 11:32: "En de dagen van Terach waren tweehonderdenvijf jaar, en Terach stierf te Haran." Toen Abraham vertrok uit Haran was zijn vader 145 jaar oud. Zijn vader bereikte een leeftijd van 205 jaar. Dat betekent dat zijn vader, na het vertrek van Abraham, nog 60 jaar geleefd heeft (205-145).

In dat geval, hoe kan Stefanus beweren dat Abraham uit Haran vertrok na de dood van zijn vader?

In het zelfde hoofstuk is geschreven, Handelingen 7:14; "En Jozef zond heen om zijn vader Jacob te laten komen en al zijn bloedverwanten, 75 zielen." Lees nu wat het Heilige boek Genesis zegt over deze gebeurtenis. Genesis 46:27; "Het gehele getal der zielen van het huis van Jacob, die naar Egypte kwamen, was zeventig." Dus de Thora zegt dat 70 mensen van het huishouden van Jacob naar Egypte vertrokken, en Stefanus zegt 75. Hoe is dit mogelijk?

In vers 15 en 16 van Handelingen 7 zegt Stefanus: "En Jacob trok af naar Egypte, en hijzelf stierf, en onze vaderen; en zij werden overgebracht naar Sichem en bijgezet in het graf, dat Abraham voor een som gelds van de zonen van Hemor te Sichem gekocht had."

Dit vers bevat meerdere onjuistheden.

Jacob werd niet begraven in Sichem, hij werd begraven in een spelonk in het veld van Makpela in Mamre. Genesis 49:33: "Toen Jacob geeindigd had zijn zonen bevelen te geven, trok hij zijn voeten terug op het bed en gaf de geest, en hij werd tot zijn voorgeslacht vergaderd." Genesis 50:13: "Zijn zonen vervoerden hem naar het land Kanaan, en zij begroeven hem in de spelonk van het veld van Makpela, welk veld, tegenover Mamre gelegen, Abraham tot een eigen grafstede had gekocht van de Hethiet Efron." Hier zien we dat Abraham geen tomb kocht in Sichem, maar in Mamre, wat Hebron is, (Genesis 23:19) en daar werd Jacob begraven, en niet in Sichem. In feite was er wel een begraafplaats in Sichem. Maar die was niet door Abraham gekocht, maar door Jacob, en niet Jacob, maar Jozef werd daar begraven. Zie Jozua 24:32: "Het gebeente van Jozef, dat de Israelieten uit Egypte meegevoerd hadden, heeft men te Sichem begraven, in het stuk land, dat Jacob voor honderd stukken geld van de zonen van Hemor, de vader van Sichem, gekocht had."

Over Stefanus is geschreven (Handelingen 6:5), dat hij vervuld was met de heilige geest, en dat zij niet bij machte waren om de wijsheid, en de geest waardoor hij sprak, te weerstaan. (vers 10)

Stefanus maakte hier dus fouten en dat is voor een mens niet ongewoon. Een mens onder invloed van de heilige geest krijgt een beter inzicht in de betekenis van bijbelteksten, meer begrip voor het Woord van God, maar de heilige geest is niet een super data-bank waarin alle kennis of alle historische gegevens staan opgeslagen. Het leert ons dat we ons niet te veel moeten vasthouden aan de letterlijke teksten, maar meer moeten kijken naar de boodschap. Ook moeten we de teksten in hun context bekijken; wie zegt wat, in welke positie en om welke reden.


Citaten van Jezus

En wat betreft de hoofdrolspeler van het Nieuwe Testament, Jezus, hoe betrouwbaar zijn zijn verklaringen?

Kijk eens naar een uitspraak van hem in Marcus 2:26. Hier zegt hij dat David de tempel binnen ging in de dagen van Abjatar de hogepriester, en van de toonbroden at. Deze gebeurtenis is vastgelegd in 1 Samuel 21:1; "David kwam te Nob bij de priester Achimelek …" Tijdens dit incident was Achimelek hogepriester, en niet zijn zoon Abjatar. Een hogepriester vervult zijn functie tot de dag waarop hij sterft, en dan neemt zijn zoon het over. Dus alleen na de dood van Achimelek, vermeld in 1 Samuel 22:18, volgde zijn zoon Abjatar hem op, zoals we kunnen lezen in 1 Samuel 30:7; " Toen beval David de priester Abjatar, de zoon van Achimelek, …"

Laten we eens kijken naar een van de andere uitspraken van Jezus, in Matteus 23:35: "Opdat over u kome al het rechtvaardige bloed dat vergoten werd op de aarde, van het bloed van Abel de rechtvaardige tot het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoordt hebt tussen het tempelhuis en het altaar." Deze gebeurtenis is vastgelegd in 2 Kronieken 24:20-21; "Toen vervulde de Geest Gods Zacharia (noot van de vertaler: in de Nieuwe Vertaling: Zekarja, in de Staten Vertaling: Zacharia), de zoon van de priester Jojoda, en hij ging tegenover het volk staan en zeide tot hen … Maar zij maakten een samenzwering tegen hem en stenigden hem op bevel van de koning in de voorhof van het huis des HERE." Hier zien we dat de Zacharia die vermoord werd tussen de tempel en het altaar de zoon was van Jojoda, en niet de zoon van Berekja, zoals beweerd door Jezus. Jezus haalde twee dingen door elkaar: Er was een profeet genaamd Zacharia, zoon van Berekja, maar hij was niet degene die gestenigd werd in de voorhof. Zacharia, de zoon van Berekja, was de profeet die ons het Bijbelboek Zacharia gaf. Bekijk Zacharia 1:1; "In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, kwam het woord des HERE tot de profeet Zacharia, de zoon van Berekja, de zoon van Iddo …" Deze Zacharia leefde na de verwoesting van de eerste Tempel, gedurende de herbouw van de tweede Tempel. De moord op Zacharia, de zoon van Jojoda, in de voorhof van de Tempel, gebeurde tijdens de eerste Tempelperiode, lang voor Zacharia, de zoon van Berekja. In het geval dat uw Bijbelvertaling in Zacharia 1:1 vermeldt: "Zacharia, de zoon van Iddo de profeet,…", wees dan verzekerd van het feit dat de Hebreeuwse tekst zegt: "Zacharia, de zoon van Berekja, de zoon van Iddo de profeet, …" In sommige Bijbelvertalingen is de tekst vervalst om deze vergissing van Jezus te verdoezelen.

Hoe kan het gebeuren dat de "zoon van God", volgens het Christendom God zelf, zulke elementaire vergissingen maakt? Voor een Joodse lezer betekent dit dat de mensen van het Nieuwe Testament hun Bijbel niet kenden.

Cristus als zoon van God kan in principe geen fouten maken, dat lijkt logisch, de conclusie zou dus kunnen zijn:>

  • Bij het citeren van Christus zijn fouten gemaakt, gezien de tijd die verstreken is tussen zijn uitspraken en het moment dat ze werden vastgelegd, zou dit niet onmogelijk zijn. Hoewel dit zou inhouden dat de bijbel dus niet onfeilbaar is.
  • Christus was niet een God, maar gewoon een mens onder directe invloed van God. Een mens die zich dus m.b.t. de feiten kan vergissen. Er zijn christelijke stromingen die Christus als mens zien, net als de Joden en de Moslims. (zie ook hieronder)

De goddelijkheid van Jezus.

Laten we ons nu eens richten op de boodschap die het Nieuwe Testament ons probeert te geven, gewapend met de kennis dat, zoals eerder is aangegeven, er 1 God bestaat, en die ene God 1 is.

Verrassend genoeg, in het Nieuwe Testament is God ook 1. Lees voor dit feit de volgende verzen:

Marcus 12:29-34; Hier zegt Jezus zelf: "Hoor, Israel, de Heer, onze God, de Heer is 1."

En in vers 32 krijgt hij als antwoord: "… dat Hij 1 is en dat er geen ander is dan Hij.", waarop Jezus antwoord: "Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods."

Dus ook voor Jezus is God duidelijk één.

En hoe staat het met Paulus, die meer dan de helft van alle boeken van het Nieuwe Testament geschreven heeft, wat denkt hij er van? Romeinen 3:30: "Indien er namelijk 1 God is, …" 1 Korintiers 8:4: "…, wij weten, dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan 1." Idem vers 6: "… voor ons nochtans is er maar 1 God, …" Efeziers 4:6; "1 God en vader van allen, …" 1 Timote?s 2:5; "Want er is 1 God …" En kijk wat Jakobus zegt in Jakobus 2:19; "Gij gelooft, dat God 1 is? Daaraan doet gij wel, …"

Ook in het Nieuwe Testament is God 1.

Neem er a.u.b. goede nota van dat er hier nergens gesproken is over, of verwezen wordt naar een drie-eenheid.

Het concept van de drie-eenheid is nergens te vinden in het Oude of het Nieuwe Testament.

Dit is een feit, feit is ook dat niet bij alle Christelijke stromingen de drie-eenheid een onderdeel is van hun geloofsbeleidenis.

Het evangelie van Johannes veranderdt Jezus in de scheppende God.

Johannes 1-3; "In den beginne was het woord en het woord was bij God en het woord was God. Dit was in den beginne bij God." Hier, in vers 1 en 2, staat duidelijk dat "het woord" God is. "Alle dingen zijn door het woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is." Hier zegt het dat alles gemaakt is door het woord, dus het woord is de scheppende God.

Johannes 14; "Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des vaders, …"

Het tot vlees geworden woord is, volgens het Christendom, Jezus. Dus volgens het Nieuwe Testament is Jezus de scheppende God.

Dit is een verkeerde conclusie, mooi taalgebruik wordt als een wiskundige formule behandeld. "Het woord" is niet een synoniem voor God. Het is voor mij niet mogelijk de exacte betekenis van de teksten te geven, maar "het woord" kan je zien als de communicatie van God. Jezus is het vleesgeworden woord. Door Jezus kunnen we dus een beetje van God zien. Dat wil dus niet zeggen dat Jezus de scheppende God geworden is.

Ook in Kolossenzen 1:16 staat duidelijk dat Jezus de scheppende God is. Lees hiervoor Kolossenzen 1:12-18 om een goed overzicht te krijgen.

In Johannes 10:30 zegt Jezus: "Ik en de vader zijn 1."

In mijn ogen bedoeld Jezus hier gewoon dat hij volledig de boodschap en de wil van zijn vader uitvoert. Een taalgebruik dat ook in onze huidige cultuur nog gebruikelijk is.

Hier hebben we dus een geval van een mens die zegt dat hij God is. Voor een Jood is het een gruwel dat de enige echte God een mens zou zijn. God is een ondefinieerbaar, spiritueel, onzichtbaar wezen. "…, want geen mens zal Mij zien en leven." Exodus 33:20.

Zelfs ondanks dat Jezus zegt dat hij en de vader 1 zijn, is dat duidelijk niet het geval. Kijk naar Matteus 23:9; "En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want een is uw vader, Hij, die in de hemelen is." Hier sluit Jezus zichzelf uit dat hij de vader in de hemel zou zijn.

Lukas 22:41-42; "…, en bad deze woorden: … doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede!" Dit geeft ook aan dat de vader en Jezus niet dezelfde persoon zijn, anders zou hij tot zichzelf bidden. Als zij dezelfde persoon waren, dan zou Jezus' wil automatisch de wil van de vader zijn, maar hij zegt: Niet mijn wil maar uw wil geschiede. Zij zijn dus duidelijk twee verschillende persoonlijkheden.

Zelfs in de hemel is Jezus ondergeschikt aan de Vader volgens 1 Korintiers 15:28, Matteus 20:23, Filippenzen 2:9, dus het is onmogelijk dat zij dezelfde persoon zijn. We kunnen hier veel voorbeelden aan toevoegen. De geinteresseerde lezer kan bijvoorbeeld de volgende verzen lezen: Matteus 24:36, Johannes 5:19-23, 12:27, 18:11, Kolossenzen 1:15.

Toen Jezus aan het kruis hing riep hij uit: "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?" Matteus 27:46. ..Verliet God zichzelf?

De conclusie zou dus moeten zijn dat Jezus de wil van God doet en dat je door Jezus God kunt zien. In feite is Jezus dus een beeld van God.

De enige ware God zegt: "Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. … Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE uw God, ben een naijverig (dit betekent jaloers) God, …" Exodus 20:3+5.

Jezus onderschrijft dit volkomen. Hij zegt in Matteus 4:10: "De Heer, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen." Zie ook Lukas 4:8.

Maar hoe kunnen we dan de verklaringen uitleggen van Jezus wanneer hij zegt: "opdat allen de zoon eren gelijk zij de vader eren. Wie de zoon niet eert, eert ook de vader niet, die hem gezonden heeft." Johannes 5:23.

Jezus vertegenwoordigt hier God zelf en moet dus gerespecteerd worden, netzo goed als wij een ambassadeur van een land respecteren; als we een ambassadeur beledigen, beledigen we in feite het land wat hij vertegenwoordigt.


Vroeg Christelijke kerk

Deze feiten gingen niet ongemerkt voorbij aan de vroege Christelijke kerk. In de eerste eeuwen van de Christelijke kerk was er niet zoiets als een drie-eenheid. De kerk beschouwde Jezus als een "halfgod", overeenkomstig de leerstelling van Origenes, die leefde van 185 tot 254. Maar in 318 raakte de geestelijke Arius in conflict met zijn bisschop, vanwege zijn standvastige verklaringen over Jezus. Aangezien hij een bijbelgeleerde was, kon hij niet accepteren dat Jezus een god was, want de Bijbel leert dat er maar 1 God is. Daarom leerde hij dat Jezus geen god was, maar een schepsel. Maar zijn bisschop, Alexander, betwistte dat omdat het Nieuwe Testament Jezus duidelijk verandert in een god. Dit geschil werd bijgelegd in de synode van 325 in Nicea; Eerst werden Jezus en "God de vader" een twee-eenheid, en later werd de Heilige Geest toegevoegd om een drie-eenheid te vormen. (Geschiedenis der Kerk, door Dr. H. Berkhof, zesde editie 1955, pag. 68-70)

Zodoende was de uitvinding van de drie-eenheid een geforceerde oplossing voor het probleem van het hebben van twee goden, waar de Bijbel leert dat er maar 1 is. En dit is wat de Christelijke kerken geloven en leren tot op de dag van vandaag, dat er drie goden zijn, die op de een of andere manier (niemand weet precies hoe) 1 zijn; de drie-eenheid.

Maar nergens in de Bijbel kan er iets worden gevonden dat zegt dat er zoiets als een drie-eenheid is.

En wat betreft 1 Johannes 5:7? "Want drie zijn er die getuigen in de hemel: de Vader, het woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn 1."

Wel, dit lijkt een goede tekst om de drie-eenheid te bewijzen, afgezien van het feit dat dit een vervalsing van uw Bijbel is. In de originele Griekse scripturen bestaat deze tekst niet. Deze tekst is later toegevoegd aan het Nieuwe Testament in een wanhopige poging een drie-eenheid te bewijzen die niet bewezen kan worden. Het Nieuwe Testament is in stukjes en beetjes naar ons gekomen, een evangelie van hier, een brief van Paulus van daar… De eersten die hier uit een betrouwbare tekst samenstelden van het Griekse Nieuwe Testament, waren Westcott en Hort in 1881.

In die Griekse grondtekst van 1 Johannes 5:7 staat: "Want drie zijn er die getuigen." Dat is alles.

Gevolg door vers 8: "De geest en het water en het bloed, en de drie zijn tot 1"

Het hele stuk over de Vader, het woord en de Heilige Geest, en dat deze 1 zijn, is niet aanwezig in de originele Griekse tekst. De Griekse grondtekst van het Nieuwe Testament van Dr. Eberhard Nestle wordt tegenwoordig beschouwd als de meest betrouwbare Griekse tekst die er bestaat, en in die tekst zijn de verzen 7 en 8 van 1 Johannes 5 exact gelijk aan die in de tekst van Westcott en Hort. (U hoeft me hiervoor niet op mijn woord te geloven, vraag het gewoon aan uw pastoor of dominee, en hij zal deze feiten bevestigen, uitgezonderd natuurlijk wanneer hij tegen u liegt)

Dit hele stuk tekst dat niet thuis hoort in uw christelijke bijbel staat in de Nieuwe Vertaling tussen vierkante haken. In de inleiding tot de Nieuwe vertaling staat geschreven: "Tussen vierkante haakjes [....] staan woorden of tekst gedeelten waarvan word aangenomen dat ze niet tot de oorspronkelijke tekst behoord hebben. Ze komen alleen in het nieuwe testament voor." (sic)

Er bestaat niet iets zoals een drie-eennheid, niet in het Oude Testament en niet in het Nieuwe Testament.

Een conclusie waar ik geen commentaar op kan verzinnen.


Jezus als de messias.

Wie en wat is de messias? Laten we eens kijken wat de messias zou moeten doen volgens de Heilige Hebreeuwse teksten:

Micha 5:1-8; "En gij, O Bethlehem Ephrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israel, en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid. Daarom zal hij hen prijsgeven tot de tijd dat zij die baren zal gebaard heeft. Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israelieten. Dan zal hij staan en hen weiden in de kracht des HERE, in de majesteit van de naam des HERE, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want NU zal hij groot zijn tot aan de einden der aarde, en hij zal vrede zijn. Wanneer Assur in ons land komt en wanneer hij onze paleizen betreedt, dan zullen wij tegen hem zeven herders stellen en acht vorsten uit de mensen, die het land van Assur zullen weiden met het zwaard, en het land van Nimrod in zijn poorten. En Hij zal bevrijden van Assur, wanner die in ons land komt en wanneer hij ons gebied betreedt. En het overblijfsel van Jacob zal temidden van vele volkeren zijn als de dauw van de HERE, als regenstromen op het groene kruid, dat niet wacht op de mens, noch mensenkinderen verbeidt. En het overblijfsel van Jakob zal zijn onder de natien, te midden van vele volkeren, als een leeuw onder de dieren des wouds, als een jonge leeuw onder de schaapskudden, die, wanneer hij binnendringt neerslaat, en verscheurt, zonder dat iemand redt. Uw hand zal verheven zijn boven uw tegenstanders en al uw vijanden zullen worden uitgeroeid."

We zien hier, in het eerste vers van deze messiaanse profetie, dat wanneer de messias komt vanuit Bethlehem, dan zal hij een heerser zijn over Israel. Dat betekent dat hij een koning, of misschien een president, zal zijn, maar in elk geval een gewichtig persoon die heel wat in de melk te brokkelen heeft, en geen rondtrekkende prediker en wonderdokter. We zien ook dat na de komst van de messias de Joodse oorlogen uitgevochten gaan worden en gewonnen gaan worden. We zien hier een messias die ons fysieke verlossing gaat brengen van aardse vijanden: "Uw hand zal verheven zijn boven uw tegenstanders en al uw vijanden zullen worden uitgeroeid." Dat is duidelijke taal, niet voor meerdere uitleggingen vatbaar.

Zacheria 9:9-10; "Jubel luide gij dochter van Sion; juich gij dochter van Jeruzalem! Zie uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdend op een ezel, op een ezelshengst, een ezelinnejong. Dan zal ik de wagens uit Efraim en de paarden uit Jeruzalem te niet doen, ook de strijdboog wordt teniet gedaan; en hij zal volken vrede verkondigen, en zijn heerschappij zal zich uitstrekken van zee tot zee, en van de rivier tot de einden der aarde."

Men zegt dat Jezus op een ezel reed, net zoals het gehele Midden Oosten in die dagen, maar dat is waar de vervulling van deze profetie ophoudt. De messias, wanneer hij komt, zal zegevierend zijn. Gearresteerd en doodgemarteld worden is niet hetzelfde als zegevieren. Na de komst van de messias zullen de paarden, wagens, en de strijdboog worden tenietgedaan vanuit Jeruzalem, dat betekent geen oorlog meer in Jeruzalem. En de messias zal de volken vrede verkondigen, en zijn heerschappij zal zijn van zee tot zee en tot de einden der aarde. Dit was niet bepaald het geval met Jezus; hij had helemaal geen heerschappij.
Ten einde dit probleem te omzeilen bedacht het Christendom de 'tweede komst'. Maar nergens in de Hebreeuwse Bijbel staat het geschreven dat de messias komt, en dan gedood wordt, en dan duizenden jaren later weer komt in een tweede komst. Al de messiaanse profetieen zeggen heel duidelijk dat als de messias komt hij zijn taaak gelijk vervult, en niet duizenden jaren later. Ziet u in de bovenstaande profetieen dat er een hiaat van 2000 jaar of meer is tussen de komst van de messias en de verlossing van de vijanden? In de volgende messiaanse profetie van Jeremia kan u zien dat het onmogelijk is om 2000 of meer jaar te plaatsen tussen de komst van de messias en de verlossing:

Als we dit symbolisch bekijken, en "zijn heerschappij" opvatten als zijn heerschappij over zijn volgelingen, dan wordt hier dus gesproken over het Christelijke geloof wat dus over de hele aarde verspreid is.

Jeremia 33:14-16; "Zie, de dagen komen, luidt het woord des HERE, dat ik het goede woord in vervulling zal doen gaan, dat ik over het huis van Juda en het huis van Israel gesproken heb. IN DIE DAGEN EN TE DIEN TIJDE zal ik aan David een spruit der gerechtigheid doen ontspruiten, die naar recht en gerechtigheid in het land zal handelen. IN DIE DAGEN zal Juda verlost worden en Jeruzalem veilig wonen."

Volgens het Christendom is de spruit der gerechtigheid al 2000 jaar geleden ontsproten aan David. Maar helaas; er was geen verlossing voor Judah en Jeruzalem woonde niet veilig: 40 jaar na de dood van Jezus, in het jaar 70, werd Jeruzalem totaal verwoest door de Romeinen, de tweede Tempel platgebrand, en het Joodse volk verstrooid over de aardbodem. En Jeremia zegt toch heel duidelijk dat ten tijde dat de messias komt, in die dagen zal Jeruzalem veilig wonen en zal Juda verlost worden.

Jesaja 11; "En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isai, en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen. En op hem zal de geest des HERE rusten, de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en sterkte, de geest van kennis en vreze des HERE; ja, zijn lust zal zijn in de vreze des HERE. Hij zal niet richten naar hetgeen zijn ogen zien, noch rechtspreken naar hetgeen zijn oren horen; want hij zal de geringen in gerechtigheid richten, en over de ootmoedigen des lands in billijkheid rechtspreken, maar hij zal de aarde slaan met de roede zijns monds en met de adem zijner lippen de goddeloze doden. Gerechtigheid zal de gordel zijner lenden zijn en trouw de gordel zijner heupen. Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen nederleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; dan zal een zuigeling bij het hol van de adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitsrekken. Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg."

Hier hebben we meer van hetzelfde; een messias die de goddelozen zal doden, waarna de betere wereld krijgen; de wolf die bij het schaap verkeert, en de panter die zich neerlegt bij het bokje. Ook voor deze profetie hoef je waarachtig geen atoomgeleerde te zijn om te zien dat hij niet vervuld is door Jezus. Conclusie: Hij was niet de messias.

Zelfs in zijn eigen dagen waren mensen er niet zeker van of hij nu wel of niet de messias was, maar, hij zei dat hij een teken zou geven. Slechts 1.

Matteus 12:38-40; "…, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet. Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten."

Hier zegt hij duidelijk dat het enige teken dat hij zal geven is dat hij drie dagen en drie nachten in het graf zal zijn.

Hij werd gekruisigd op vrijdagmiddag, de dag voor de Sabbat. Marcus 15:42. Hij was volgens het N.T. wederopgestaan op zondagochtend. Marcus 16:9. Kunt u drie dagen en drie nachten plaatsen tussen vrijdagmiddag en zondagochtend?

Hieruit moeten we concluderen dat hij het teken niet volbracht heeft dat hij beloofd had.

De kruisiging speelt zich af rond de Pascha, hierdoor zou er dus een soort extra sabat zijn geweest. Wel is er in de bijbel wat onduidelijkheid op welke dag Jezus precies gekruisigd is. De drie dagen zullen denk ik wel kloppen.

En wat betreft onze verlossing voor de komende wereld? Volgens het Nieuwe Testament is Jezus de redder van de mensheid, zonder hem is er geen redding mogelijk voor wat betreft de toekomende wereld. Wat zegt God hierover in de Hebreeuwse Bijbel? Jesaja 43:3: "Want Ik, de HERE (J-H-W-H), ben uw God, de Heilige Israels, uw verlosser." Hier zegt het duidelijk dat de enige ware God onze verlosser is.

In Jesaja 43:3 doelt God op de verlossing van het Joodse volk, niet op een verlossing van de zonde. Het sterven van Jezus, kan gezien worden als een symbool dat we alleen uit genade gered kunnen worden, dat niemand dit op eigen kracht kan bereiken. Voor God was dit offer niet nodig, want hij kan onze zonden zowiezo wel vergeven als hij dat wil

Heeft God een andere verlosser nodig? Is er een andere verlosser?

Jesaja 43:10-11: "Voor Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn. Ik, Ik ben de HERE en buiten Mij is er geen verlosser."

Jesaja 45:21-22: "En er is geen God behalve Ik, een rechtvaardige, verlossende God is er buiten Mij niet. Wendt u tot Mij en laat u verlossen, alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer."

Hosea 13:4: "Maar Ik ben de HERE uw God van het land Egypte af; een god nevens Mij kent gij niet en een verlosser nevens Mij is er niet."

Jeremiah 33:34; "Kent de HERE: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HERE, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonden niet meer gedenken."

Hier zien we dat de HERE (J-H-W-H) onze verlosser is die ons redt van onze zonden, en dat er niemand is behalve hem.

God is geen man, dat Hij liegen zou (Numeri 23:19); dus we moeten ons vertrouwen stellen op God en niet op een man: "Zo zegt de HERE: Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt … Gezegend is de man die op de HERE vertrouwt, wiens betrouwen de HERE is." Jeremia 17:5+7.


Jezus als profeet.

Laten we eens kijken naar de profetische kwaliteiten van Jezus. In Matteus 4:17 claimt hij dat het koninkrijk der hemelen nabij is. Nu, bijna 2000 jaar later, is het koninkrijk er nog steeds niet.

Kijk voor een indrukwekkende profetie in Marcus 13:24-30: "Maar in die dagen, na de verdrukking, zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven. En de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zullen zij de zoon des mensen zien komen op de wolken, met grote macht en heerlijkheid. En dan zal hij zijn engelen uitzenden en zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het uiterste der aarde en het uiterste des hemels. … Voorwaar, ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt."

Dit geslacht is al bijna 2000 jaar geleden voorbij gegaan, en niemand heeft hem terug zien komen op de wolken om zijn koninkrijk van vrede te vestigen en zijn uitverkoren Christenen in te zamelen.

Het geslacht kan ook gelezen worden als het (na) geslacht van Jacob, dus het volk Israël. En dus een belofte dat dit geslacht ondanks alles zal blijven voorbestaan tot het grote moment.

In Matteus 16:27-28 zegt Jezus: "Want de zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid des vaders, met zijn engelen, en dan zal hij een ieder vergelden naar zijn daden. Voorwaar, ik zeg u: Er zijn sommigen onder degenen, die hier staan, die de dood voorzeker niet zullen smaken, voordat zij de zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninklijke waardigheid."

Dit is een moeilijke, sommige Christenen verklaren dit door te verwijzen naar de discipelen die door de heilige geest, Jezus later zijn gaan zien als de zoon van God. Voor de opstanding zagen de discipelen dit nl. nog steeds niet.

Jezus zette zichzelf in de plaats van God (Johannes 10:30, 14:9), en hij verlangde dat hij vereerd moest worden gelijk God (Johannes 5:23), en hij werd aanbeden, zie Matteus 2:11, 8:2, 14:33, Mark 5:6, Joh. 9:38.

Ik bestrijd deze stelling, telkens geeft Jezus duidelijk aan dat hij niet kan zonder de vader, dat hij de macht heeft gekregen van de vader, dat hij spreekt namens de vader. Hij is de vertegenwoordiger van de vader.


Jezus' houding t.o.v. niet-Joden.

Hoe gedroeg Jezus zich tegenover niet-Joodse mensen? Wanneer een Kanaanitische vrouw hem benadert omdat haar dochtertje bezeten is, zegt hij: "Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israels." Matteus 15:21-24. Hier weigert hij haar te helpen omdat ze niet Joods is.

Nadat ze aandrong zei hij: "Het is niet goed het brood der kinderen te nemen en het de honden voor te werpen." Hier noemt Jezus de Kanaanitische vrouw een hond omdat ze niet Joods is. Nadat de vrouw zichzelf vernederd had en zichzelf ook nog met een hond vergeleek, werd haar dochtertje genezen.

Wie heeft er een messias nodig die hem een hond noemt omdat hij niet Joods is?

Het "goede nieuws" was alleen bedoeld voor de Joden, en niet voor de niet-Joodse wereld. Toen Jezus zijn discipelen uitzond vertelde hij ze uitdrukkelijk: "Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen; begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis Israels." Matteus 10:5-6.

Dus dit is Jezus' kijk op de niet-Joodse wereld.

Denkt u alstublieft geen moment dat dit de officiele Joodse kijk is op de niet-Joodse wereld. In de Talmoed (dat is de codificatie van de mondelinge wet die een uitbreiding is van de geschreven wet) traktaat Avos 4:3, zegt rabbijn Ben Azzi, die leefde in dezelfde periode als Jezus: "Veracht geen enkele man."

Vanuit de belofte van God aan zijn volk, was het de taak van Jezus om de boodschap als eerste aan het volk Israël te geven. Pas nadat zij de boodschap hadden verworpen, kon plan B in werking gaan en werden de Joden gepasseerd en werd de boodschap direct aan de heidenen gebracht. Op dat moment trok God ook tijdelijk zijn handen af van Israël. Pas veel later zal God zijn land weer hun bevoorrechte positie teruggeven.


Jezus' boodschap van liefde en vrede.

De meeste mensen denken dat Jezus de bedenker was van hoog moralistische leerstellingen zoals "Je zult je naaste liefhebben, als jezelf." en "Als iemand je op een wang slaat, keer hem dan de andere toe." Echter, hij citeerde slechts de Joodse leerstellingen. In de Thora, door God aan het Joodse volk gegeven, staat geschreven in Leviticus 19:18: "Gij zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf." Kijk wat er geschreven is in Klaagliederen 3:30: "Hij biede de wang aan die hem slaat."

Dus deze leerstellingen komen niet van Jezus maar van het Jodendom.

Jezus zegt: "Hebt uw vijanden lief." Het Judaisme zegt: "Wanneer gij een verdwaald rund of ezel van uw vijand aantreft, zult gij ze hem zeker terugbrengen. Wanneer gij de ezel van uw vijand onder zijn last ziet bezwijken, zult gij dit niet onverschillig aan hem overlaten. Gij zult hem zeker helpen met afladen." Exodus 23:4-5.

Jezus zegt: "Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten." Matteus 5:43. Het is een Joods gebod om je naaste lief te hebben, maar het is absoluut geen Joods gebod om je vijanden te haten. Integendeel, het Judaisme zegt: "Indien uw vijand honger heeft, geef hem brood te eten, indien hij dorst heeft, geef hem water te drinken; want dan hoopt gij vurige kolen op zijn hoofd, en de HERE (J-H-W-H) zal het u vergelden." Spreuken 25: 21-22. Deze stelling is later gebruikt door Paulus, in Romeinen 12:20.

Jezus heeft nooit gezegd dat hij een nieuwe boodschap kwam brengen, hij heeft altijd achter de oude geschriften gestaan.

En leefde Jezus zelf volgens deze maatstaven? Hij zegt in Matteus 5:22: "Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur." En hoe spreekt hij over zijn mede Joden, de Farizeers? Hij noemt ze huichelaars (Matteus 23:13), dwazen en blinden (idem :17+19), vol van onreinheid (idem :27), en slangen, adderengebroed (idem :33). Hij leefde dus niet bepaald volgens zijn eigen leerstellingen, en, volgens zijn eigen leerstellingen, zal hij vervallen aan het hellevuur.

Jezus zei (Matteus 10:34): "Meent niet, dat ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; ik ben niet gekomen om vrede te brengen maar het zwaard." Maar dit is niet de messias waar de Joden op wachten. In de messiaanse dagen moeten de wolf en het lam samen weiden, en de leeuw zal stro eten net als het rund, en de slang zal stof tot spijze hebben (Jesaja 65:25). We hebben al een overvloed aan zwaarden, oorlogen en ellende op aarde. We hebben geen messias nodig die meer ellende brengt.

Dat is een flauwe opmerking, iedereen zal begrijpen dat Jezus hier bedoeld dat hij doelt op een geestelijke strijd.

Jezus leerde om geen wraak te nemen maar om je vijanden lief te hebben. Maar toen hij onderweg was, hongerig, en een vijgeboom tegenkwam die geen vijgen droeg, vervloekte hij de boom die direct daarna dood ging. Matteus 21:18-19. Is dit de houding van een liefdevol persoon? In Marcus 11:13 kunnen we lezen dat het zelfs niet het seizoen was voor vijgen. Wat deed de arme boom verkeerd om een dergelijk lotte verdienen?

De boom is een waarschuwing voor de gelovigen, dat zij het woord van God moeten verspreiden, dat zij vrucht moeten voortbrengen. Mogelijk is het zelfs een verwijzing naar het volk Israël dat geen vruchten voortbrengt en daarom ook zal verdorren.

In Lukas 19:27 zegt Jezus: "Doch die vijanden van mij, die niet wilden, dat ik over hen koning werd, brengt hen hier en slacht ze voor mijn ogen." Dit is waarlijk een heel vreemde manier om je vijanden lief te hebben. Deze uitspraak was een motivatie voor de kruisvaarders om vele Joodse gemeenschappen af te slachten.

Het gedrag van de kruisvaarders valt niet goed te praten, maar het gaat hier om een gelijkenis. De vijanden zijn de mensen die zich niet aan God willen onderwerpen, en zij zullen hiervoor gestraft worden.

Een ander slecht voorbeeld van hoe je vijanden lief te hebben is Johannes 15:6: "Wie in mij niet blijft, is buitengeworpen als de rank en is verdord, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand." Deze vreselijke uitspraak is later gebruikt door de Katholieke kerk om hun praktijken van het levend verbranden van Joden op de brandstapel te rechtvaardigen.

De Katholieken zijn hiermee in het verleden vreselijk in de fout gegaan, maar ook dit is een vergelijking, een oproep om alleen de boodschap van Jezus te verkondigen en niet af te dwalen met eigen interpretaties. In onze tijd betekent dit dat wij ons moeten laten inspireren door de heilige geest, dat is het Woord van God, dat wij direct van Hem mogen ontvangen op de momenten dat dat nodig is.


De huidige status quo van de Christelijke kerken.

En hoe is het gesteld met de Christelijke kerken die claimen dat we het Nieuw Testament moeten aanhouden?

De grootste tak, de Rooms Katholieke Kerk, is zwaar ondergedompeld in afgoderij. God zegt in het begin van de 10 geboden Ex. 20:4; "Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is." Neemt u er a.u.b. goede notie van dat het niet alleen verboden is om beelden te aanbidden of te vereren, maar zelfs het maken ervan is verboden.

Hoe ruim dit moet worden opgevat weet ik niet, want in de strengste zin zou het betekenen dat wij geen standbeelden mogen maken, maar misschien ook geen foto's!

Echter, de gehele Rooms Katholieke Kerk is vol van beelden die vereerd worden door de gehele gemeente. Wat zegt de Bijbel hierover? "Hun afgoden zijn zilver en goud, het werk van mensenhanden; zij hebben een mond, maar spreken niet, zij hebben ogen, maar zien niet, zij hebben oren, maar horen niet, zij hebben een neus, maar ruiken niet, hun handen, maar zij tasten niet, hun voeten, maar zij gaan niet, zij geven geen geluid met hun keel. Wie hen maakten, zullen worden als zij, ieder die op hen vertrouwt." Psalm 115:4-8.

Hoewel het gedrag rond de beelden in de Rooms Katholieken soms wat verdacht is, is het over het algemeen niet zo dat zij hun beelden vereren, maar de personen die er door gesymboliseerd worden. Ook bij dit laatste kan je in relatie met de 10 geboden vraagtekens zetten.

De Protestantse kerken doen het iets beter in die zin dat zij geen standbeelden hebben die zij vereren, maar het bidden tot en het vereren van een menselijk wezen, ongeacht dood of levend, man of vrouw, Jood of niet-Jood, is ook afgoderij. Zij denken dat zij een godsdienstig gebod vervullen door op zondag te rusten, de eerste dag van de week. Maar in feite is een niet-Jood niet verplicht om op welke dag van de week dan ook, te rusten. Het gebod om op de Sabbat te rusten, de zevende dag van de week, is door God aan het Joodse volk gegeven: "De Israelieten zullen de Sabbat onderhouden, door de Sabbat te vieren, zij en hun nageslacht, als een altoosdurend verbond. Tussen Mij en de Israelieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept." Exodus 31:16-17.


Moet iedereen zijn geloof overboord gooien en het Judaisme omhelzen?

Dat is niet nodig. Ofschoon iedereen die gedreven wordt door de juiste motieven Jood kan worden, en deel kan uitmaken van het Joodse volk, is dit niet noodzakelijk om de hemel binnen te gaan. Noach was geen Jood, maar ondanks dat staat er over hem geschreven in Genesis 6:9: "Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man." En wat was zijn beloning? "Noach wandelde met God."

Hetzelfde gold voor Job. Hij was ook geen Jood. "…, en die man was vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad." Job 1:1. Dus u hoeft niet Joods te zijn om een God vrezend en rechtvaardig mens te zijn. Het Joodse volk heeft een andere opdracht in het leven: "En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk." Exodus 19:6. Om die reden moet het Joodse volk leven volgens 613 geboden. Voor de Noachiet (niet-Jood), is het leven een stuk makkelijker, hij heeft veel minder geboden. Zeven daarvan zijn extra opvallend, omdat als hij deze overtreedt, hij gestraft zal worden door een menselijk gerechtshof. Dit zijn:

1) Stel rechters aan.
2) Niet moorden.
3) Geen afgoderij.
4) Niet vloeken.
5) Niet stelen.
6) Geen overspel.
7) Geen vlees eten dat van een nog levend dier is afgesneden.

Deze zeven zijn het minimum die een Noachiet moet vervullen. Alles bij elkaar zijn er zo'n 30 geboden waar een Noachiet zich aan dient houden. Hij is verplicht om te handelen naar zijn geweten, maar als hij dat niet doet zal hij niet door een menselijk gerechtshof worden veroordeeld.

In de tijden van de Tempel was het niet-Joden die in Israel leefden en deze zeven universele wetten in acht namen, toegestaan om offers te brengen in de Tempel. Vanwege de constante vervolging van de Joden sinds de verwoesting van de Tempel, was het niet mogelijk om de wereld deze wetten te leren. Maar nu brengt God het Joodse volk thuis, en het Joodse volk kan nu opnieuw alle natien van de wereld bereiken om het God's wetten te leren.

"Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem." Jesaja 2:3, Micha 4:2.

In de Midrasj-literatuur verklaart een Rabbijn: (Tana De Bei Eliahu Rabba) "Ik roep hemel en aarde als getuigen: Ieder individu, ongeacht Jood of niet-Jood, man of vrouw, knecht of dienstmaagd, kan de Goddelijke Aanwezigheid op hem brengen, in overeenkomst met zijn daden."

Keep the seven, go to heaven!

(houdt de zeven en ga naar de hemel)

"Van al het gehoorde is het slotwoord: Vrees God en onderhoud zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. Want God zal elke daad doen komen in het gericht over al het verborgene, hetzij goed, hetzij kwaad." Prediker 12:13-14.

Alles gelezen hebbende kan je concluderen dat er een verschil van mening is tussen de Joodse en de Christelijke leer. En het zal voor veel Christenen moeilijk zijn hun evt. ongelijk in te zien, netzoals het voor de Joden moeilijk zal zijn om bepaalde Christelijke waarheden te accepteren. Gelukkig is het geloof geen opleidingsinstituut waarbij God aan het eind in een soort toelatingsexamen je kennis toetst. God kijkt naar onze houding tegenover Hem en tegenover onze naaste: Gij zult uw naaste lief hebben als uzelf en God boven alles. Als we dit gebod houden, komt het wel goed met ons. Jammer genoeg is geen enkel mens in staat om deze geboden te houden, maar gelukkig wil God onze tekortkomingen vergeven als we ons aan zijn wil onderwerpen. Als we dit in gedachte houden, wordt het verschil in opvattingen tussen Joden, Christenen en moslims en zelfs ook andere oosterse religies een stuk kleiner. En heel misschien kunnen we op die basis wel proberen elkaars opvattingen te respecteren en zelfs van elkaar te leren. Want God verwacht wel dat we aan onszelf werken en zijn boodschap verspreiden.


Meer informatie

Messiaanse profetiëen

Meer weten over de schrijver: Eliyahu Silver